Reformatie

Deze kerkhervorming in de 16e Eeuw beg­int met Luthers 95 stellingen tegen de af­laat (1517). Het blijkt een mislukte po­ging tot re­for­matie van de leer en or­ganisatie van Rooms-Katholieke Kerk maar is wel de oorsprong van de Pro­tes­tantse Ker­ken. Naast Lu­ther treden Zwingli en Calvijn op met kritiek op het op­pergezag van de paus, ver­we­reld­lijking van de gees­telijheid en kerke­lijke mis­standen. Zij leggen de na­druk op Bij­bel en kerk­va­ders, waaruit wordt afge­leid dat de mens het heil niet ver­krijgt door goede wer­ken, maar alleen door ge­loof en genade. An­dere ge­schil­pun­ten be­tref­fen onder andere de sa­cra­men­ten, het pries­ter­schap (al­le gelovi­gen zijn pries­ters) en de scheiding van Kerk en Staat.

De breuk wordt een feit doordat Rome de diepte van het conflict mis­kent en het hou­den van een con­cilie uit­stelt (tot 1545, con­cilie van Trente). Dan is geen verzoening meer mo­ge­lijk, alleen be­strij­ding, hetgeen resulteert in de contra-Reformatie.