Mains, Landric

Landric Mains wordt op 25 februari 1914 te Echt geboren. Na zijn studie te Bleijerheide gaat hij in september 1933 in het klooster en wordt hij op 3 maart 1940 in Weert tot priester gewijd. Aanvankelijk is het de bedoeling dat hij naar de missie in China gaat, maar door de oorlog wordt dit onmogelijk gemaakt. Vanaf 1942 is hij verbonden aan het Jeugd- en Jongerenwerk St. Fransiscuspatronaat in Maastricht waar hij directeur wordt. Hier blijft hij tot begin 1947. Tijdens de oorlogsjaren is hij actief binnen het verzet en als aalmoezenier voor de Amerikaanse soldaten.

Hij wordt godsdienstleraar op de OVS van de Oranje Nassau mijnen in Heerlen. Hier zal hij 11 jaar blijven. In 1958 wordt hij kapelaan in de Heilige Antonius van Padua-parochie te Bleijerheide. Hier blijft hij 8 jaar. Vervolgens wordt hij in 1966 benoemd tot rector bij de broeders Franciscanen en leraar (godsdienst, geschiedenis en samen met lerares Engels mw. Hoogervorst ook seksuele voorlichting) aan het jongenspensionaat te Bleijerheide. Mains zou rector blijven tot 1990.

Hij is geestelijk adviseur van de R.K. Mandolinevereniging “Vriendenkring”. Hij speelt zelf gitaar in het orkest.

Mains wordt als "pater OFM2" vermeld[1] in het rapport van de Commissie Deetman, die van medio 2010 tot december 2011 onderzoek deed naar misbruik binnen de Rooms-Katholieke kerk.

Zijn zus is verbonden aan het klooster van de zusters Ursulinen, waar zij hoofd van de meisjes-ULO is. Zijn broer Reinier is bouwpastoor van de kerk van de St. Jozef en Norbertusparochie in het Rolducerveld.

Verwijzingen: